De nieuwe Firefox browser 3.5 kan sinds gisteren gratis gedownload worden. Maker Mozilla heeft diverse nieuwe features aan de browser toegevoegd waaronder een nieuwe JavaScript engine voor snellere web applicaties en de mogelijkheid om video’s te tonen in websites zonder dat daarvoor een plug-in vereist is.Verder bevat het nieuwe bladerprogramma een private browserfunctie en een geolocatie technologie die websites kan ’vertellen’ waar je bent waardoor je bijvoorbeeld plaatsgebonden zoekresultaten in beeld krijgt.
De private browserfunctie waarmee gebruikers sites kunnen bezoeken zonder sporen achter te laten is al langere tijd beschikbaar in andere browsers. Gebruikers van Internet Explorer kennen het als InPrivate, gebruikers van Chrome als Incognito en Safari gebruikers ook als Private Browsing. Firefox 3.5 is de tweede populairste browser ter wereld op IE na. De concurrentie in de browsermarkt neemt echter toe met concurrenten als Apple’s Safari en Google’s Chrome. Onder de motorkap heeft Mozilla flink gesleuteld aan de verwerking van Javascript. Deze scripttaal neemt een steeds belangrijkere rol in en wordt vaak gebruikt in webtoepassingen. Google bracht eerder met Chrome een webbrowser uit die zich hierin specialiseerde.
Naast een snellere Javascript-verwerking heeft Firefox 3.5 ondersteuning voor nieuwe HTML 5-mogelijkheden, zoals de mogelijkheid om filmpjes direct in een website te 'embedden' zonder (Flash-)plugin.
Firefox 3.5 is beschikbaarin 70 talen voor Windows, Windows Portable, Mac en Linux.
Bedrijven maken zich nog altijd zorgen over de veiligheid van open-source software. Dat blijkt uit onderzoek van Forrester Research. 58 Procent van de ondervraagde grote bedrijven in Europa en Noord-Amerika heeft twijfels over de veiligheid van open-source software. Bij kleine en middelgrote bedrijven ligt dat percentage nog hoger: ongeveer tweederde maakt zich zorgen over open-source. Bij grote bedrijven bestaat duidelijk minder koudwatervrees: slechts 9 procent maakt zich 'grote zorgen', terwijl dat percentage in het mkb op 45 procent ligt.
Ruim de helft van de ondervraagde mkb-bedrijven (57 procent) denkt dat open-source software lastig te implementeren is. Bij grote bedrijven ligt dat percentage op 32 procent. Daarnaast maakt 68 procent van de mkb'ers zich zorgen over de ondersteuning voor open-source software, tegen 47 procent van de grote bedrijven.
Ondertussen lijken bedrijven zich minder zorgen te maken over software as a service (SaaS). Van de mkb-bedrijven die niet zijn geïnteresseerd in SaaS, noemt 27 procent security als reden. In 2007 lag dat percentage nog op 57 procent. Bij grote bedrijven namen de security-zorgen eveneens af: van 47 procent in 2007 naar 31 procent nu.
Voor het onderzoek ondervroeg Forrester tussen december 2008 en februari dit jaar 2.227 IT-bestuurders in de VS, Canada, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
HP, Intel en Yahoo! hebben het initiatief genomen voor het opstellen van een open source standaard voor de cloud services stack. Zij roepen ontwikkelaars op mee te werken.
De drie bedrijven deden hun oproep tijdens een bijeenkomst voor ontwikkelaars rond een 'testbed' voor cloud services. Zij toonden hun eerste opzet, dat overigens nog in een zeer prematuur stadium verkeert.
Eind maart publiceerden een groep van 38 bedrijven samen met een aantal academische groepen een manifest waarin zij opriepen een een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen op cloud-dienstverlening.
HP, Intel en Yahoo! gaan nu een stap verder met hun ontwerp voor een standaard. Zij verwachten dat hun initiatief het ontstaan van allerlei bedrijfseigen oplossingen voorkomt. Ook kan de standaard een impuls geven aan innovatie rond cloudcomputing.
Mozilla gaat bedrijven hun eigen browser laten bouwen, gebaseerd op de volgende versie van Firefox. Mozilla hoopt dat Firefox hiermee een goede optie wordt in het bedrijfsleven. Het ‘Build Your Own Browser’-programma is goed voor bedrijven die een aangepaste browser willen, die makkelijk kan worden geïnstalleerd op al hun desktops tegelijk. Dat zei Firefox-directeur Mike Beltzner.
Het programma zal van start gaan snel nadat Firefox 3.5 is uitgekomen, wat staat gepland voor eind deze maand. Daarna kunnen bedrijven met behulp van een webapplicatie van Mozilla bepaalde aanpassingen in de browser aanbrengen, zoals bookmarks naar bepaalde sites, intranets of portals, zei Beltzner.
Skin bovenop browser
Bedrijven kunnen zelfs hun eigen skin en logo bovenop de browser aanbrengen. Als de aangepaste browser klaar is, wordt die naar het bedrijf gestuurd, samen met een installatie-programma dat het mogelijk maakt om de browser bedrijfsbreed te installeren.
In de meeste bedrijven wordt Internet Explorer gebruikt omdat Microsoft het voor de beheerder mogelijk maakt om de settings van de browser te manipuleren en de browser op alle desktops tegelijk te installeren. Nu Mozilla dit ook gaat doen is het mogelijk dat Firefox voet aan de grond krijgt in het bedrijfsleven.
Open source
Volgens Beltzner heeft Mozilla altijd de mogelijkheden geboden om de browser aan te passen, maar die waren niet altijd even duidelijk voor de gebruikers. Bovendien was er geen makkelijke manier om zo’n browser te bouwen. Het was ook altijd al mogelijk voor gebruikers om installers voor meerdere machines te bouwen, aangezien Firefox open source is.
Volgens Microsoft zien veel pc-fabrikanten een keuzescherm met verschillende browsers niet zitten. De EC vraagt zich af of ze onder druk zijn gezet door Redmond. De Europese antitrustzaak over de bundeling van IE in Windows spitst zich momenteel toe op de rol die pc-bouwers (OEM's) hebben bij het voorinstalleren van software op computers. De Europese Commissie heeft een vragenlijst naar OEM's gestuurd over de optie van een keuzescherm voor browsers. Daarmee krijgen de gebruikers bij installatie of de eerste boot van Windows de keuze tussen verschillende browsers. Dit meldt persbureau Bloomberg op basis van anonieme bronnen.
Pressie
Daarnaast vraagt de EC aan pc-bouwers naar hun contact met Microsoft over deze kwestie. Dit gaat erom of zij mogelijk onder druk zijn gezet door de Windows-producent. Volgens Microsoft is er geen sparke van druk op OEM's. Wel heeft de firma pc-bouwers opgeroepen om met mogelijke bezwaren bij Brussel aan te kloppen.
"We horen van onze computerfabrikantpartners dat ze serieuze zorgen hebben over de financiële en operationele impact van de keuzescherm-optie die wordt gepromoot door sommige van onze concurrenten. We hebben ze [de OEM's - red.] aangemoedigd hun zorgen te delen met de Commissie", aldus een verklaring van Microsoft aan Bloomberg.
Welke browsers?
Voor dit keuzescherm is gepleit door andere browsermakers, omdat zij zo een eerlijke kans krijgen tegenover Internet Explorer. De optie heeft ook de voorkeur van de Europese mededingswaakhond onder leiding van Neelie Kroes. Het is nog altijd onduidelijk welke browsers op zo'n lijst moeten komen en hoe de desbetreffemde programmabestanden dan worden gedownload.
Dell wil hardwareproducten die het aan het midden- en kleinbedrijf slijt gaan bundelen met opensource-software. Volgens Dell is er een toenemende vraag naar niet-commerciële software, maar ontbreekt het vaak aan voldoende kennis daarvan.Dell wil zich de komende tijd meer gaan richten op het verkopen van hardware met voorgeconfigureerde opensource-software, aldus Amit Midha, verantwoordelijk voor het mkb-segment in Zuid-Oost Azië, tegenover IDG.
Volgens Midha zorgt de wereldwijde economische teruggang ervoor dat er in de mkb-markt een snel toenemende vraag naar opensource-software bestaat, omdat bedrijven het mes in hun it-kosten zetten.Een deel van de opensource-pakketten zal draaien naast commerciële software, bijvoorbeeld van Microsoft. Aanvullend wil Dell ook trainingen en diensten gaan aanbieden, waardoor ook bedrijven met minder it-ervaring met opensource-producten aan de slag kunnen.
In de Verenigde Staten verkoopt de hardwarefabrikant al een voorgeconfigureerd systeem op basis van opensource-software, omschreven als 'smb-in-a-box'. Dell zegt verder voor bepaalde sectoren met aangepaste producten te willen komen, bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg, de retailsector en bedrijven die zich bezighouden met online-gaming. Voor de laatstgenoemde sector zou Dell goed gekeken hebben naar China: daar bedienen vrijwel alle bedrijven die zich met online gaming bezighouden zich van opensource-software.Over de vraag naar hardware vanuit het mkb-segment is Dell voorzichtig optimistisch. Midha stelt dat belangrijke markten als China en de VS herstel laten zien. Bovendien zouden kleine tot middelgrote bedrijven sneller weer in nieuwe hardware willen investeren dan grotere bedrijven, omdat die laatste eerst hun automatiseringsbudgetten moeten aanpassen.
Linux zal in september als eerste native ondersteuning krijgen voor USB 3.0. De eerste Linux-driver is ondertussen beschikbaar voor de eerste USB 3.0-hostcontroller. Deze werd vorige maand aangekondigd.
Sarah Sharp heeft aangekondigd dat de eerste Linux-driver voor de hostcontroller die aan de xHCI- en USB 3.0-specificaties voldoen klaar is. De code is verkrijgbaar via Sharp en staat op Kernel.org. De driver staat op de agenda voor kernel 2.6.31, aldus Greg Kroah-Hartman. Deze kernel zal in september uitkomen.
NEC verwacht dat er vanaf september miljoenen USB 3.0-hostcontrollers per maand verkocht zullen worden. NEC wil deze maand nog de eerste sample uitbrengen van de controller. µPD720200 zal gebruikt worden voor PCI-e-kaarten en zal zo zijn weg vinden naar desktops, servers, docking stations en expresscards. Op de controller zullen twee USB 3.0-poorten zitten die ondersteuning bieden voor superspeed. Zo zal je snelheden van 5 Gbps makkelijk kunnen halen.
Een open source software gebruiker is in zijn continuïteit niet afhankelijk van een leverancier. Indien men niet tevreden is met de service van een software leverancier kan men de code ‘oppakken’ en deze door een andere partij door laten ontwikkelen of beheren. Open source software biedt hier als enige een oplossing voor.
Goed opdrachtgeverschap is een belangrijk punt in dit geval. Zo moet men bij uitbreiding van open source software goed letten op de originele licenties van de gebruikte software, maar ook op intellectueel eigendom en licenties van het maatwerk dat door een software leverancier ontwikkeld wordt. Bij (geheel) maatwerk software is het dus belangrijk dat het intellectuele eigendom bij de opdrachtgever berust en niet bij de ontwikkelaar of dat vooraf afspraken zijn gemaakt over te gebruiken licentievorm.
Red Hat en Ingres bieden samen een complete softwarestack in de cloud. Dit als tegenwicht voor Oracle-Sun, maar ook voor concurrenten Microsoft en IBM. De geïntegreerde softwarestack is bedoeld voor ontwikkelaars en system integrators die daarmee makkelijker applicaties in de cloud kunnen maken. Die toepassingen kunnen dan in de cloud worden gemaakt, maar daar ook draaien.
Databaseaanbieder Ingres en Linux-leverancier Red Hat zijn al langer partners en boden de gezamenlijke producten al eerder als bundel aan. Nu zijn de technologieën geïntegreerd in de Development Stack for JBoss.
MySQL-leegloop
De verregaande samenwerking tussen Red Hat en Ingres lijkt een antwoord op de acquisitie van Sun door Oracle. Met die aankoop krijgt Oracle immers ook MySQL in handen en het is onduidelijk waar de ontwikkeling van die open source database naar toe gaat.
"Daardoor hebben wij al enkele voormalige MySQL-partners kunnen verwelkomen", zegt business development manager Gérard Ringenaldus van Ingres. Hij heeft zelf in het verleden als country manager bij MySQL gewerkt.
KOffice is een compleet opensource-officepakket gericht op de desktopomgeving KDE.
Het bestaat uit een aantal verschillende applicaties, zoals een tekstverwerker (KWord), een spreadsheetprogramma (KSpread), een presentatieprogramma (KPresenter), een projectmanagementprogramma (KPlato), een tekenprogramma (Krita) en een databaseprogramma (Kexi). Met de introductie van Qt 4 en KDE 4 werd het mogelijk om deze ook op andere platformen te gebruiken dan Linux en Unix.
De ontwikkelaars van KOffice zijn druk bezig geweest om hun applicatie geschikt te maken voor Qt 4 en KDE 4, en hebben als resultaat dan eindelijk versie 2.0.0 uitgebracht. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat men met deze uitgave zich nog niet op de eindgebruikers richt. Verschillende onderdelen uit de vorige versie zijn nog niet volledig omgezet en worden daarom nog niet meegeleverd.
Begin deze week heeft minister Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), ook namens zijn collega Maria van der Hoeven (Economische Zaken), de 'Maatschappelijke Innovatie Agenda Onderwijs (MIA)' aangeboden aan de Tweede Kamer.
In de MIA is een integrale visie op het onderwijsinnovatiebeleid te vinden. Een van de speerpunten (programmalijnen) van dat beleid betreft Wikiwijs, een initiatief om het ontwikkelen en gebruiken van open digitale leermiddelen in het onderwijs te stimuleren én te vergemakkelijken. Eerder liet de bewindsman zich al positief uit over open leermiddelen in het algemeen en Wikiwijs in het bijzonder. 'We zien in het onderwijsveld een grote dynamiek rondom het thema 'open digitale leermiddelen'.
Op scholen en in instellingen en bedrijven rond scholen staat het thema prominent op de agenda. Wij zijn onder de indruk van de grote creativiteit die leraren en andere betrokkenen aan de dag leggen en de veelheid aan projecten die gaande zijn. Als het lukt meer samenhang aan te brengen tussen al deze initiatieven, zou dat op korte termijn kunnen leiden tot een versnelling in het gebruik van open digitale leermiddelen', aldus Plasterk in het Voortgangsverslag Wikiwijs van april dit jaar.
In de MIA wordt een groot aantal voordelen van open leermiddelen genoemd ('De ontwikkeling van digitale leermiddelen zorgen voor een grotere diversiteit aan lesmateriaal'; 'De beschikbaarheid van digitaal leermateriaal maakt het beter mogelijk om - binnen het bestaande klassenverband - het onderwijs meer op de persoon af te stemmen, zowel voor de excellente leerling als voor de leerling met achterstanden'; 'Het stimuleren van ontwikkelen en gebruikmaken van digitaal lesmateriaal draagt verder bij aan de professionalisering van docenten'; 'De beschikbaarheid van open leermiddelen stimuleert een actievere houding bij docenten. Ze worden minder verleid om passief als consument de lesmethodes te volgen, omdat ze gemakkelijker zelf kunnen meedenken over de vormgeving van hun eigen lessen'), maar wordt ook ingegaan op de problemen die de invoering ervan met zich meebrengt.
Zo blijkt het ontwikkelde materiaal niet altijd toegankelijk of toepasbaar en moeilijk vindbaar. Daarnaast is geconstateerd dat commerciële marktpartijen maar in beperkte mate open leermiddelen ontwikkelen. 'Het concept van open leermiddelen in de definitie van de Onderwijsraad ('leermiddelen die vrij beschikbaar en toegankelijk zijn en die docenten zelf kunnen arrangeren in samenwerking met anderen') is ook moeilijk te realiseren onder marktwetten van rendement. Het is niet eenvoudig om voldoende inkomsten te genereren met het aanbieden van open leermiddelen op een voor alle leraren vrij toegankelijk platform. De ontwikkelingskosten van digitaal materiaal zijn zo hoog dat uitgevers wel gedwongen zijn de leermiddelen 'gesloten' en tegen betaling aan te bieden om zo de eigen investeringen terug te verdienen'. Om de problemen het hoofd te bieden, zal vanuit de overheid het initiatief worden genomen voor het tot stand laten brengen van een digitale infrastructuur voor open leermiddelen voor het onderwijs. Enkel als aanjager, zo wordt benadrukt in de MIA, want 'zodra het ook maar enigszins mogelijk is, neemt het onderwijsveld zelf het initiatief over'.